Home

Uitersten in het profvoetbal

14 april 2008

Ik wil het dit keer hebben over twee uitersten in het profvoetbal. Dit kwam in me op, toen ik vrijdagavond op de tv naar Volendam-Dordrecht zat te kijken en gisteren hoorde dat NAC definitief derde is geworden, de hoogste positie die de club ooit in de eredivisie heeft gehaald.

Het zegt veel over het huidige profvoetbal in Nederland, dat de twee trainers die voor de prestaties van Volendam en NAC verantwoordelijk zijn, straks vertrekken en nog geen nieuwe club hebben. Ik kan me voorstellen dat Stanley Menzo en Ernie Brandts zich nu afvragen wat ze nog meer moeten doen om ergens aan de bak te komen.

Het was trouwens leuk om te zien hoe mijn vroegere doelman bij Ajax zich bij Volendam manifesteerde. Prima in het pak en rustig coachend, het oogde heel evenwichtig. Net als zijn NAC-collega Ernie Brandts heeft Stanley het maximale uit zijn selectie gehaald.

Bij een club die het financieel niet ruim heeft, waardoor je als coach heel zuinig en efficiënt met je geld moet omgaan. De prestaties van Volendam en NAC geven aan, dat het rendement van de ogenschijnlijk lage begrotingen heel hoog is geweest. Dat is bij andere clubs duidelijk niet het geval.

Zoals we dit seizoen in Europa toch moet constateren, dat vrijwel alle rijke clubs niet optimaal presteren. Dat heeft te maken met de manier waarop veel vedetten presteren. Spelers, die op jonge leeftijd met veel aandacht en inkomsten te maken krijgen. Als je daar niet goed mee omgaat, dan blijkt dit uiteindelijk invloed op de duur van je carrière te hebben.

Dat zie je momenteel diverse grote namen overkomen. Ze hebben de naam, maar presteren ho maar. Het maakt eens te meer duidelijk, hoe belangrijk de opleiding van jonge talenten is. Het is niet alleen een kwestie meer van technisch en tactische trainingen, maar je moet ze ook leren met alle bijverschijnselen om te gaan.

Wanneer moet je wel een interview geven en wanneer niet, wanneer moet je iets commercieels doen en wanneer niet en ga zo maar door. Hoe beter je daar mee om leert te gaan, hoe beter er invulling wordt gegeven aan de voorbeeldfunctie die veel topsporters hebben.

Daarom neem ik m'n pet af voor iemand als Pieter van den Hoogenband, die echt een ambassadeur voor de zwemsport is. Zoals Teun de Nooijer dat voor het hockey is en Maarten Lafeber voor de golfsport. Buiten dat ze allemaal het sporttalent hebben, hebben ze daar ook buiten het veld een prima vervolg aan gegeven. Helaas heb je ook het voorbeeld van Diego Maradona. Een enorm talent, dat helaas niet zo goed met de randverschijnselen kon omgaan.

Door de toenemende aandacht en financiën neemt het risico toe dat jonge voetballers te vroeg in hun carrière hierdoor negatief worden beïnvloed. Het is voor mij één van de oorzaken, dat veel topclubs dit seizoen niet brengen wat van ze verwacht mag worden. Zowel in Nederland als de rest van Europa. Één van de oplossingen zit 'm dus in de verbetering van de jeugdopleiding. Hoe sneller, hoe beter.

archief